
Metingen en infrastructuurwijzigingen als basis voor verkeersveiligheid
De Stad Oostende voert een evaluatie uit van de zone 30 en bekijkt of bepaalde straten opnieuw naar 50 km/u kunnen worden gebracht. De eerste stappen in dit proces bestaan uit metingen en aanpassingen aan de weginfrastructuur, steeds met verkeersveiligheid als uitgangspunt. Een dialoog met de buurtbewoners maakt integraal deel uit van dit traject. De eerste straten waar aanpassingen overwogen worden, zijn een deel van de Zilverlaan en een gedeelte van de Stuiverstraat.
Analyse van de verkeerssituatie
De Lokale Politie Oostende heeft een grondige analyse uitgevoerd van de wegen waar zone 30 in 2022 werd ingevoerd. Hierbij werd gekeken naar het aantal verkeersongevallen in relatie tot de snelheidsbeperkingen. Opvallend is dat het aantal ongevallen in Oostende boven het West-Vlaamse gemiddelde is gestegen: waar in de provincie gemiddeld 20 verkeersongevallen per 100 kilometer weg gebeuren, ligt dit cijfer in Oostende boven de 30.
Uit de analyse blijkt dat in sommige straten de gemiddelde snelheid is afgenomen en dat er draagvlak bestaat voor de maatregel. In andere straten is dat draagvlak echter minder sterk aanwezig. Belangrijk is dat een verlaging van de snelheid op zichzelf niet heeft geleid tot een merkbare daling van het aantal ongevallen. Dit wijst op de noodzaak van bijkomende infrastructurele ingrepen.
STOP-principe als leidraad
Voor de herziening van de zone 30 hanteert de stad het STOP-principe: prioriteit wordt gegeven aan stappers, trappers, openbaar vervoer en ten slotte personenvervoer. Een veilige straat moet beschikken over goed afgescheiden fiets- en voetpaden, duidelijke oversteekplaatsen en een weginrichting die overeenkomt met de opgelegde snelheid.
Zone 30 blijft gehandhaafd in woonwijken, nabij scholen en in dichtbebouwde kernen. Op bredere verkeersaders en verbindingswegen wordt onderzocht of een verhoging naar 50 km/u mogelijk is, afhankelijk van de aanwezige infrastructuur en de impact op de veiligheid.
Gefaseerde aanpak en participatie van bewoners
De aanpassing van de zone 30 gebeurt gefaseerd. Dit proces start met nulmetingen en waar nodig aanpassingen aan de infrastructuur, gevolgd door nieuwe metingen. Pas daarna wordt beslist of een snelheidsverhoging verantwoord is. Daarnaast betrekt de stad bewoners actief bij deze veranderingen via informatiesessies en overlegmomenten.
Volgens Judith Ooms, schepen van Mobiliteit, is het essentieel dat snelheidsaanpassingen gebaseerd zijn op objectieve gegevens en inspraak van de Oostendenaars. “Een verhoging van de snelheid is enkel mogelijk als de infrastructuur dit toelaat en er voldoende draagvlak is. Denk bijvoorbeeld aan gescheiden fietspaden en veilig ingerichte oversteekplaatsen.”
Zilverlaan en Stuiverstraat als eerste proefprojecten
De eerste straten waar de herziening van de zone 30 wordt doorgevoerd, zijn de Zilverlaan en een gedeelte van de Stuiverstraat. De Zilverlaan beschikt reeds over gescheiden fiets- en voetpaden en een duidelijke middenberm, waardoor een verhoging van de snelheid naar 50 km/u hier mogelijk wordt geacht. Om de veiligheid verder te garanderen, worden oversteekplaatsen en kruispunten extra ingesnoerd en beter zichtbaar gemaakt. Binnenkort ontvangen bewoners van deze omgeving een uitnodiging voor een informatiemoment.
De Stuiverstraat, tussen de Guldensporenlaan en het rondpunt met de Zilverlaan, vereist eerst infrastructurele aanpassingen voordat een snelheidsverhoging in overweging kan worden genomen. Ook in dit gebied worden buurtbewoners binnenkort uitgenodigd voor overleg.
In andere straten wordt gekeken naar het invoeren van variabele snelheden, afhankelijk van het tijdstip en het verkeersvolume. De voorbereidingen hiervoor worden in een volgende fase uitgerold.
Tekst Serge Jansen van www.westnieuws.be