
Een groeiend systeem met verborgen kwetsbaarheden
In een periode van economische onrust en veranderende sociale structuren groeit in Brugge het leefloonbeleid uit tot een zwaargewicht binnen de stedelijke financiën. Uit een recent schriftelijk antwoord op vragen binnen de gemeenteraad blijkt dat momenteel 1.239 leefloondossiers actief zijn. Dit vertegenwoordigt een maandelijkse kost van meer dan 1,17 miljoen euro, waarmee de jaarlijkse uitgaven de kaap van 14 miljoen euro overschrijden. Achter deze cijfers gaan niet alleen mensen in nood schuil, maar ook fundamentele vragen over toezicht, beleid en maatschappelijke draagkracht.
Zwakke controlemechanismen zetten deur open voor misbruik
Een opmerkelijke vaststelling is de beperkte controle die wordt uitgeoefend op de toekenning en opvolging van deze leeflonen. In vijf jaar tijd registreerde men slechts 926 zogenaamde “knipperlichten”, of signalen van mogelijke fraude of misbruik. Dat is gemiddeld 185 per jaar, op een bestand van meer dan 1.200 actieve dossiers. Bovendien wordt het aantal terugvorderingen niet afzonderlijk bijgehouden, wat de transparantie verder ondermijnt.
Volgens interne inschattingen zal deze druk op het leefloonbudget nog toenemen. Door de afschaffing van de werkloosheidsvergoeding na een bepaalde tijd, zouden in de loop van 2026 en 2027 bijna duizend Bruggelingen hun uitkering verliezen. Het vooruitzicht is dan ook dat velen onder hen zullen terugvallen op het leefloon, wat een stijging van het aantal dossiers én extra personeel bij het OCMW noodzakelijk maakt.
Referentieadressen stijgen vooral onder erkende vluchtelingen
Een tweede luik van de bevindingen handelt over het gebruik van referentieadressen – administratieve adressen die onder meer door daklozen worden gebruikt om toegang te krijgen tot sociale rechten. Op 1 juli 2025 hadden 134 mensen een referentieadres bij het OCMW van Brugge. Daarvan ontvingen 58 personen een leefloon.
Wat in het oog springt, is de stijging van het aantal erkende vluchtelingen met een referentieadres bij het OCMW. In 2020 ging het nog om slechts twee personen, in 2024 waren het er 48, en in de eerste helft van 2025 kwamen er daar nog eens 34 bij. Ter vergelijking: het aantal Belgische daklozen met referentieadres bleef nagenoeg stabiel in diezelfde periode. De toename bij erkende vluchtelingen wijst op een verschuiving in het profiel van mensen die zich tot het OCMW wenden voor ondersteuning.
Politieke reactie: Vlaams Belang pleit voor strengere aanpak
Op basis van deze gegevens stelt Vlaams Belang scherpe eisen. De partij vraagt een verscherpte controle op de toekenning van leeflonen, met systematische opvolging van signalen die wijzen op onregelmatigheden. Daarnaast pleiten zij voor een verplicht activeringstraject richting werk voor elke leefloner die daartoe in staat is.
Een ander speerpunt van hun standpunt is het inperken van het gebruik van referentieadressen, specifiek voor erkende vluchtelingen. Volgens de partij leidt de huidige gang van zaken tot onevenwichtige druk op het sociale systeem.
Tijd voor een hertekening van het sociaal beleid?
Het Brugse stadsbestuur staat nu voor een dubbele uitdaging: enerzijds het behouden van een sociaal vangnet voor wie dat écht nodig heeft, anderzijds het verzekeren van een eerlijk en transparant systeem dat het draagvlak niet ondermijnt. De cijfers tonen aan dat het bestaande leefloonbeleid tegen haar grenzen aanloopt, niet alleen financieel, maar ook organisatorisch. Met het vooruitzicht van een toename in het aantal hulpzoekenden, wordt het onvermijdelijk om keuzes te maken over de richting die men sociaal en administratief wil inslaan.
De komende maanden zullen bepalend zijn. Niet alleen voor het Brugse OCMW, maar ook voor de stad als geheel.
( Tekst Serge Jansen van www.westnieuws.be )