
Een afrekening met koude structuren en een afscheid uit eergevoel
In het lokaal waar decennialang verbandtrommels werden opengemaakt en levens werden gered, viel dit weekend het stilste besluit met de grootste impact: de volledige afdeling van het Rode Kruis in Diksmuide stapt op. Alle vrijwilligers, alle bestuursleden, samen. Hun werking stopt definitief op 16 augustus. Niet uit gemakzucht, maar omdat hun engagement te lang werd uitgemolken en hun menselijkheid verwaarloosd.
Geen waardering, wel facturen
Wat ooit begon als een warme plek waar mensen elkaar vonden in het zorgen voor anderen, werd volgens de Diksmuidse vrijwilligers een kille administratie. Elk jaar moest de afdeling ongeveer 4.000 euro betalen aan het Rode Kruis zelf, enkel en alleen om te mogen blijven bestaan. Ze kregen daar niets voor terug, behalve afwijzingen en stilzwijgen. Het plan om een goedkopere tweedehandse ambulance aan te schaffen – een voertuig dat goedgekeurd was door de hoofdzetel in Mechelen – werd door de provinciale afdeling afgewezen. Diksmuide moest maar huren. Van wie? Van diezelfde provincie. Intussen werden elders gloednieuwe wagens aangekocht van meer dan 140.000 euro, met fluisteringen over interne voordelen. In Diksmuide bleef men verweesd achter, met open handen en gesloten deuren.
‘Ze wilden enkel helpen, maar mochten niet’
De vrijwilligers waren geschoold, ervaren, stand-by. En toch werden ze systematisch geweerd bij interventies. Zelfs bij de overstromingen vorig jaar, waar ze het gebied én de mensen kenden, werd hun inzet geweigerd. Burgers bleven wachten op hulp die nooit kwam. De vrijwilligers keken toe vanop de stoep. Nietsdoen was het bevel. Niet nodig, zei men. Maar voor wie waren ze dan nog wél nodig?
Volgens woordvoerder Arne Zoete toonden verschillende interne documenten dat Diksmuide uit eigen wil initiatieven opstartte, maar steeds stuitte op afwijzing van bovenaf. “Wij vroegen niet veel,” zegt hij. “Gewoon: mogen helpen.”
Ongewenste waarheden en gebroken stiltes
De kritiek op de provinciale afdeling gaat verder dan geld of beleid. Binnen de Diksmuidse afdeling werden verschillende gevallen van grensoverschrijdend gedrag en intimidatie gemeld, gericht op zowel vrijwilligers als cursisten. De klachten waren volgens Zoete ernstig en voldoende onderbouwd. Toch bleef de reactie uit. Er kon geen vrijwilliger gemist worden, klonk het. Tijdens vergaderingen werd lacherig gedaan over de bekommernissen van Diksmuide. Wie de vinger op de wonde legde, werd genegeerd. Of erger nog: belachelijk gemaakt.
Verlies van ziel en richting
Het oordeel van de Diksmuidse afdeling is scherp maar gedragen: Rode Kruis Vlaanderen is haar ziel kwijt. Wat begon als een beweging van solidariteit, veranderde volgens hen in een log apparaat waar ego’s, spreadsheets en macht de toon zetten. Mededogen werd administratieve last. Vrijwilligers mochten enkel nog luisteren, zwijgen, uitvoeren.
In de woorden van een vrijwilliger: “We waren geen mensen meer, we waren cijfers. En cijfers zijn vervangbaar.”
Een opgestoken hand, geen opgeheven hoofd
Op 16 augustus gaat het doek definitief dicht voor de Rode Kruiswerking in Diksmuide. Maar de vrijwilligers benadrukken dat dit niet het einde is van hun engagement. Ze laten de inwoners van Diksmuide en Houthulst niet los. Ze zijn aan het nadenken over hoe ze hun kennis en ervaring elders kunnen inzetten, los van structuren die hun inzet beknotten.
Wat zeker blijft, is de vriendschap onder elkaar. Een groep die niet voor status, maar voor mensen stond. En ook al voelen ze zich in het systeem vervangbaar, voor de inwoners waren ze dat nooit. Voor hen waren ze aanwezig, bereikbaar, vertrouwd.
Een systeem dat faalt in waardering
De kritiek op de bredere werking van Rode Kruis Vlaanderen blijft nazinderen. Afdelingen moeten jaarlijks een vast bedrag betalen per inwoner van hun verzorgingsgebied. En hoewel vrijwilligers verplicht zijn om herhaaldelijk bijscholingen te volgen, krijgen ze daar geen enkele vergoeding voor. Integendeel, wie van 20 uur tot 4 uur ’s ochtends op een fuif eerste hulp verleent, krijgt hooguit een broodje en een drankje. Er is geen compensatie, geen blijk van dankbaarheid. Alleen de verplichting om door te gaan.
Zelfs bij de verkoop van pleisters – die de stickerverkoop verving – gaat een aanzienlijk deel van de opbrengst naar de provinciale werking. Voor velen in Diksmuide is het duidelijk: het Rode Kruis moet dringend doorgelicht worden.
Naar een toekomst zonder logo, maar met hart
Wat nu? Dat is nog onduidelijk. Maar de Diksmuidse vrijwilligers zijn het unaniem eens over één ding: hun menselijke inzet stopt niet bij het opzeggen van een lidkaart. Ze blijven beschikbaar, als het nodig is, en op hun eigen voorwaarden. Voor de mensen. Niet voor een beleidsnota.
Hun vertrek is geen nederlaag. Het is een stille overwinning van integriteit.
( Tekst Serge Jansen van www.westnieuws.be )